GDWVYNCK - LEYS

Gerechtsdeurwaarderskantoor Brugge

Tarieven 2017

Het tarief van toepassing vanaf 01/01/2017 voor alle akten van de gerechtsdeurwaarders is wettelijk bepaald en afwijkingen zijn niet toegestaan. Het tarief wordt geregeld door volgende wettelijke bepalingen :
Het K.B. van 30 november 1976 (B.S., 8 februari 1977) betreft het tarief voor akten van gerechtsdeurwaarders in burgerlijke en handelszaken (n.v.d.r. eveneens van toepassing in fiscale en sociale zaken) en het tarief van sommige toelagen.

Onderstaande kosten dient u te vermeerderen met 21% BTW, uitgezonderd op de uitschotten, zoals rolrechten, registratierechten, kosten hypothecaire meldingen, overschrijvingen en attesten.

Klik hier om de tabel met alle actuele tarieven 2017 te consulteren.

Het tarief voor akten van gerechtsdeurwaarders in burgerlijke en handelszaken

GEGRADUEERDE
RECHTEN
Origineel + 1 kopie Bijkomende kopie
KLASSE van tot 4/4 3/4 1/4 4/4 3/4 1/4
A 0.00 124,99 21,84 16,38 5,46 4,37 3,28 1,09
B 125,00 369,99 36,29 27,22 9,07 7,26 5,45 1,81
C 370,00 619,99 50,80 38,10 12,70 10,16 7,62 2,54
D 620,00 1859,99 58,08 43,56 14,52 11,62 8,72 2,90
E 1860,00 3719,99 72,58 54,44 18,14 14,52 10,89 3,63
F 3720,00 12399,99 87,04 65,28 21,76 17,41 13,06 4,35
G 12400,00 37199,99 101,60 76,20 25,40 20,32 15,24 5,08
H 37200,00 ... 130,61 97,96 32,65 26,12 19,59 6,53
I onbepaald
vredegerecht
- 43,57 32,68 10,89 8,71 6,53 2,18
J onbepaald
algemeen
- 58,08 43,56 14,52 11,62 8,72 2,90
AANMANINGSBRIEF
Tot € 124,99 € 14,93 + port
vanaf € 125 € 17,66 + port
VACATIE
Bij betekening 11,78 euro en bij beslag 40,68 euro (<37 euro = 20,34 euro)
INNINGSRECHT
1 % met minimum van € 11,94 en maximum € 118,40
KWIJTINGSRECHT OP AFKORTING
Van 0,00 tot 24,99 2,46
Van 25,00 Tot 124,99 4,12
Van 125,00 Tot 249,99 6,80
Van 250,00 Tot 494,99 11,94
Van 495,00 Tot 744,99 25,53
Van 745,00
Tot ...
33,83
DIVERSEN
RECHT
Dossierrecht
14,61
per bladzijde gedrukt of fotokopie
3,43
verplaatsing gerechtsdeurwaarder - per origineel, ongeacht het aantal kopieën binnen het arrondissement Brugge
14,55
verplaatsing getuige - per origineel, ongeacht het aantal kopieën binnen het arrondissement Brugge
7,28
per taak politiehulp
voor getuige
per rol geschreven tekst
per bladzijde uitgifte proces-verbaal van verkoop
6,80
lichting uitgifte
inlichtingen identiteit schuldenaar
7,33
kosten raadpleging rijksregister(7,33 + 5,00)
12,33
per krant aankondiging verkoop
per verrichting d.m.v. gedrukte aanplakbiljetten
per aangifte ontvanger registratie
per bericht van beslag
10,92
per rol vertaling, met inbegrip van 1 kopie
13,60
per uittreksel kadastrale legger
per taak hypotheekkantoor
per rolzetting in ander arrondissement
dossierkosten en verdelingskosten
raadpleging berichten van beslag
bericht bewarend beslag onroerende goederen
neerlegging verzoekschrift
proces-verbaal verklaring derde-beslagene
proces-verbaal kantonnement
neerleggen / opvragen gelden consignatiekas
opzoeking onroerend goed en schepen
vernieuwing hypothecaire in- of overschrijving
14,61
Tarief in het kader van het CBB (Centraal Bestand van Berichten van Beslag)
RECHT
Consultatie Rijksregister
7,33
Consultatie CBB (14,61 + 2,00)
16,61
Neerlegging van het bericht
Schrapping van het bericht
Vermelding van ontvangst gehele betaling
10,92
Consultatie van verzetdoende schuldeisers
14,61

Raadpleeg hier de tarieven voor de rolrechten (lees de circulaire 2/2015)

Om een zaak op rol te kunnen stellen dient een eisende partij een pro-fiscoverklaring te voegen bij de akte die op de rol moet ingeschreven worden. In die verklaring schat zij de waarde van de definitieve vordering of stelt zij dat de vordering niet in geld waardeerbaar is.

Dit rolrecht vertegenwoordigt de aanmaakkosten voor de aanleg van het dossier op de rechtbank met toekenning van een formeel rolnummer.

ALGEMEEN TARIEF ROLRECHTEN (BURGERLIJKE RECHTBANKEN)
Aard van de rechtbank Waarde van de vordering Bedrag van recht
Vredegerecht - Politierechtbank tot 2.500 € of niet in geld waardeerbare vorderingen € 40
boven de € 2.500 € 80
Rechtbank eerste aanleg BEHALVE de familierechtbank en de fiscale kamers


Rechtbank van koophandel
tot € 25.000 of niet in geld waardeerbare vorderingen € 100
van € 25.000,01 tot € 250.000 € 200
van € 250.000,01 tot € 500.000 € 300
boven de € 500.000 € 500
Hof van beroep, BEHALVE rechtsmiddelen tegen :
- beslissingen van de familierechtbank of de vrederechter in familiale aangelegenheden;
- beslissingen van de rechtbank van eerste aanleg in fiscale aangelegenheden (fiscale kamers)
tot € 25.000 of niet in geld waardeerbare vorderingen € 210
van € 25.000,01 tot € 250.000 € 400
van € 250.000,01 tot € 500.000 € 600
boven de € 500.000 € 800
Hof van Cassatie, BEHALVE voorzieningen tegen beslissingen van de arbeidsrechtbanken of de fiscale kamers tot € 25.000 of niet in geld waardeerbare vorderingen € 375
van € 25.000,01 tot € 250.000 € 500
van € 250.000,01 tot € 500.000 € 800
boven de € 500.000 € 1.200

 

Rechtsplegingsvergoeding

Het koninklijk besluit van 26 oktober 2007 tot vaststelling van het tarief van de rechtsplegingsvergoeding bedoeld in artikel 1022 van het Gerechtelijk Wetboek en tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding van de artikelen 1 tot 13 van de wet van 21 april 2007 betreffende de verhaalbaarheid van de erelonen en de kosten verbonden aan de bijstand van de advocaat (het 'K.B.') is gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 9 november 2007.
Het K.B. treedt in werking op 1 januari 2008 (art. 10 K.B.)1. Het K.B. geeft uitvoering aan artikel 7 en 14 van de wet van 21 april 2007 (B.S. 31 mei 2007) betreffende de verhaalbaarheid van de erelonen en de kosten verbonden aan de bijstand van een advocaat.
Het K.B. stelt de basis-, minimum- en maximumbedragen vast van de rechtsplegingsvergoeding. Belangrijk is dat zij van toepassing zijn op de dan hangende zaken (cf. art. 13 wet en art. 3 Gerechtelijk Wetboek).

Waarde vordering Basis
Bedrag
Minimum
Bedrag
Maximum
Bedrag
Tot 250,00 180,00 € 90,00 € 360,00 €
Van 250,01 tot 750,00 240,00 € 150,00 € 600,00 €
Van 750,01 tot 2.500,00 480,00 € 240,00 € 1.200,00 €
Van 2.500,01 tot 5.000,00 780,00 € 450,00 € 1.800,00 €
Van 5.000,01 tot 10.000,00 1.080,00 € 600,00 € 2.400,00 €
Van 10.000,01 tot 20.000,00 1.320,00 € 750,00 € 3.300,00 €
Van 20.000,01 tot 40.000,00 2.400,00 € 1.200,00 € 4.800,00 €
Van 40.000,01 tot 60.000,00 3.000,00 € 1.200,00 € 6.000,00 €
Van 60.000,01 tot 100.000,00 3.600,00 € 1.200,00 € 7.200,00 €
Van 100.000,01 tot 250.000,00 6.000,00 € 1.200,00 € 12.000,00 €
Van 250.000,01 tot 500.000,00 8.400,00 € 1.200,00 € 16.800,00 €
Van 500.000,01 tot 1.000.000,00 12.000,00 € 1.200,00 € 24.000,00 €
Boven 1.000.000,01 18.000,00 € 1.200,00 € 36.000,00 €
Niet in geld waardeerbare vorderingen 1.440,00 € 90,00 € 12.000,00 €

Voorzitter Arbeidsrechtbank

Waarde vordering Basis
Bedrag
Minimum
Bedrag
Maximum
Bedrag
Tot 2500,00 43,75 € 31,75 € 55,75 €
vanaf 2.500,01 87,43 € 69,43 € 105,43 €
Niet in geld waarneembaar 43,75 € 31,75 € 55,75 €

Arbeidsrechtbank

Waarde vordering Basis
Bedrag
Minimum
Bedrag
Maximum
Bedrag
Tot 250,00 43,75 € 31,75 € 55,75 €
Tot 620,00 87,43 € 69,43 € 105,43 €
Tot 2500,00 131,18 € 107,18 € 155,18 €
Van 2.500,01 262,37 € 226,37 € 298,37 €
Niet in geld waarneembaar 131,18 € 107,18 € 155,18 €

Arbeidshof

Waarde vordering Basis
Bedrag
Minimum
Bedrag
Maximum
Bedrag
Tot 250,00 58,33 46,33 € 70,33 €
Tot 620,00 116,60 € 98,60 € 134,60 €
Tot 2500,00 en niet in geld waarneembaar 174,94 € 144,94 € 192,94 €
Van 2.500,01 349,80 301,80 € 397,80 €
Niet in geld waarneembaar 174,94 € 144,94 € 192,94 €

Deze bedragen zijn gekoppeld aan het indexcijfer van de consumptieprijzen dat overeenstemt met 105,78 punten (basis 2004) en zullen aangepast worden telkens als het indexcijfer met 10 punten stijgt of daalt. Deze bedragen zullen dan met 10 % vermeerderd of verminderd worden.

Opmerkingen:

Betaling na dagvaarding :

  • volledige betaling VOOR rolstelling : GEEN RPV
  • volledige betaling NA rolstelling : RPV 1/4 BASIS ( max. 1.200,00 euro )
    RPV door rechtbank toe te kennen in vonnis :
  • afwijking basis enkel " met bijzonder redenen omklede beslissing "
  • summiere rechtspleging = minimum
  • uitspraak bij verstek = RPV minimum
  • onderhoudsgeld = berekening RPV bedrag op jaarbasis
  • meerdere verweerders = maximum het dubbel van het maximum

ook van toepassing in strafzaken

  • enkel in relatie burgerlijke partij en beklaagde ( niet t.o.v. O.M. )
  • vrijspraak : B.P. moet RPV betalen bij rechtstreekse dagvaarding
  • Hof van Assisen : indien B.P. in ongelijk gesteld = gêên RPV;

Gerechtelijke Intresten

(nieuw artikel 2, § 1 Wet van 5 mei 1865 betreffende de lening tegen intrest)
De wettelijke rentevoet wordt afgestemd op de marktrente en gebeurt de aanpassing voortaan jaarlijks op grond van de volgende methode: elk kalenderjaar wordt de rentevoet vastgesteld op het gemiddelde van de Euribor-rentevoet op êên jaar gedurende de maand december voorafgaand aan het jaar waarop de wettelijke rentevoet van toepassing is, wordt dit bedrag vervolgens afgerond naar het hoger gelegen kwart procent en ten slotte verhoogd met twee procent.

VAN
TOT
%
01/01/1970
31/10/1974
06,50 %
01/11/1974
31/07/1981
08,00 %
01/08/1981
31/07/1985
12,00 %
01/08/1985
31/07/1986
10,00 %
01/08/1986
31/08/1996
08,00 %
01/09/1996
31/12/2006
07,00 %
01/01/2007
31/12/2007
06,00 %
01/01/2008
31/12/2008
07,00%
01/01/2009
31/12/2009
05,50 %
01/01/2010
31/12/2010
03,25 %
01/01/2011
31/12/2011
03,75 %
01/01/2012
31/12/2012
04,25 %
01/01/2013
31/12/2014
02,75 %
01/01/2015
31/12/2015
02,50 %
01/01/2016
31/12/2016
02,25 %
01/01/2017
...
02,00 %

Intresten in fiscale zaken

VAN
TOT
%
01/01/2007
...
7,00 %
per begonnen maand

Intresten in sociale zaken

VAN
TOT
%
...
31/12/2008
wettelijke interestvoet
01/01/2009
...
Ingevolge de programmawet van 8 juni 2008 een vaste rentevoet van 7% en die identiek is aan de rentevoet die toegepast wordt in fiscale zaken.

Intresten bij handelstransacties

Wet van 02/08/2002 betreffende de bestrijding van de betalingsachterstand bij handelstransacties(B.S. 07/08/2002)

Overeenkomstig artikel 5, 2e lid, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende de bestrijding van de betalingsachterstand bij handelstransacties, deelt de Minister van Financiën periodiek de interestvoet mee die bepaald wordt volgens de methode uiteengezet in voornoemd artikel 5, eerste lid.
Gewijzigd bij wet van 22 november 2013 - BS 10 december 2013

Tarieven vanaf tweede semester 2015 voor zowel een overeenkomst gesloten vóór of na 16 maart 2013
tweede semester 2015 8,5 %
vanaf eerste semester 2016 8,5 %
vanaf tweede semester 2016 8,0 %

  Raadpleeg hier alle intrestvoeten bij handelstransacties